17 Aw 5780 | 07 augustus 2020
Parasja
Bereesjiet/ Genesis     Sjemot/ Exodus     Wajjikra/ Leviticus     Bamidbar/ Numeri     Dewariem/ Deuteronomium     Combinaties     Feestdagen     
Parasja / Nitsaviem / Commentaar Overzicht | Inzicht | Haftara | Commentaar
Dewariem/ Deuteronomium 29:9-30:20 | door: Devorah

Gevaar voor assimilatie en avodah zarah

15-18 Ook hier wederom een waarschuwing tegen avodah zarah Juist doordat het volk in Mitsrajiem (Egypte) heeft geleefd, kent zij avodah zarah als geen ander. Daarom blijft avodah zarah voor het volk een verleidend factor om haar filosofieën en lifestyles van de gojiem uit te proberen. Mensen wete heel goed wat goed is en wat niet goed is, maar wij hebben de talent "kwaad" zodanig te rationaliseren naar iets fijns, zodat kwaad en immoreel te legitimeren is.

Vs.16...kesef wezahav 'asjer 'immahem... van zilver en goud die zij bij zich hadden...[van hen waren]... De Tora onderscheidt afgoden die gemaakt zijn van dure en goedkope grondstoffen. Deze zilver en goud dat zij bij zich hadden, betekent dat het verborgen bij hen in bewaring was. Dus - zo leert Rasji ons - kan wel eens gestolen goederen kunnen zijn. Hoe lachwekkend is het dat deze "machtige" afgoden niet in staat waren zichzelf tegen de ordinaire dieven te beschermen.

Vs. 17...sjoresj poreh... een wortel dat ontspruit... Nieuwsgierigheid schiet als een wortel omhoog en groeit en groeit. Het begint met het verlangen om de gewoonten van de Kena'ieten te leren, maar de wortel dat gif en alsem ontspruit en produceert is bitter, schadelijk en dus gevaarlijk.


Vs. 24-25...we'amroe 'al 'asjer 'azvoe 'et-beriet HASJEM... wejelchoe waja'avdoe 'elokiem 'acheriem... en zij zullen zeggen "omdat zij het verbond van HASJEM verloochenden... en zij weggingen en de goden van anderen dienden...Toeschouwers zagen de enorme veranderingen van Erets Jisrael toen de Joden weggedreven uit het land van letterlijk melk en honing. Doordat de Joden weggedreven werden, werd het land een woestenij. Hierdoor kan men slechts één ding concluderen: er is slechts één oorzaak van de verwoesting: de Joden bewezen dat zij de krachtigste G'd moeten dienen en aanbidden en niet de goden van die krachteloos en zijn en daardoor onwettig zijn. ...'asjer lo' jeda'oem... zij niet kenden... de goden die zogenaamd ongekende krachten zouden hebben waren ongekend waardoor Bnej Jisrael de stompzinnige zonde door goden te volgen waarvan nog nooit is bewezen dat zij een helpende handen (konden) uitstaken (uitsteken). ... welo' chalaq lahem... en Hij niet voor hen verdeeld had... Hasjem heeft deze afgoden nooit voor de Joden bestemd, leert Rasji. Hasjem verdeelde enige controle over de aardse functies van Zijn Hemelse krachten, maar Hij verdeelde deze krachten alleen onder Zijn engelen die de zaken van andere naties reguleren. Bnej Jisrael daarentegen staat niet onder de kracht en macht van Hemelse machten, maar onder Hasjem Zelf (Sforno).

Verborgen zonden
We hadden eerder over verborgen zonden. hanistarot laHASJEM... de verborgen zonden zijn voor HASJEM.... Bnej Jisrael kunnen niet verantwoordelijk gesteld worden voor de zondaars die geen benul hebben doordat zij geen kennis hebben. Mosje verzekert het volk dat verborgen zonden bij Hasjem ligt en bij Hem Alleen, Hij houdt niemand verantwoordelijk dan de zondaren zelf. Maar iedereen is wel verantwoordelijkheid om de integriteit van Bnej Jisrael te waarborgen (RaMBaN enRasji). RaMBaN voegt er nog aan toe dat deze vers ook refereert naar dat verborgen zonde ook verborgen voor de overtreders kunnen zijn. Denk aan mensen die uit onwetendheid zondigen. Zulke zonden behoren Hasjem toe in die zin dat Hij hen niet aansprakelijk zal stellen. Deze vers is dus ook een verwijzing naar Joden die geassimileerd zijn en totaal geen kennis hebben van hun Joodse roots. Zodra de uiteindelijke verlossing komen, zullen deze verborgen Joden - die alleen door Hasjem gekend zijn - aan het volk gevoegd worden en worden hun status van hun voorouders hersteld (Rasji op Tehiliem/Ps. 87:6).


De Tora is toegankelijk
Het einddoel van kennis en invulling geven aan de Tora lijkt voorbij het menselijke vermogen te gaan, maar dat is niet waar! In tegendeel, Mosje legt aan Bnej Jisrael uit dat de Tora helemaal niet voorbij het menselijk kunnen gaat! Je hoeft niet over bovenmenselijke krachten te beschikken om deze tot in haar finesse uit te voeren. Hasjems verwachtingen is zelfs zeer binnen ons bereik én dus binnen ons kunnen, alleen moet je oprecht moeite (blijven) doen. Hiermee geeft Hasjem de garantie dat Bnej Jisrael tesjoeva' zúllen doen en dat zij het waard zijn om tesjoeva' te doen.

lo' basjamajiem hoe... het is niet in de Hemel... (Vs. 30:12) maar al zou het zich daar bevinden, dan wordt er van je verwacht dat je alles probeert, eventueel de hemelen bestormt, om Tora te lernen (Rasji). Ook al gaat de kennis van de Tora voorbij jouw kunnen, dan noch dien je pogingen blijven te doen om het onder de knie te krijgen (Maharsha. Eroevin 55a).
De bovengenoemde tesjoeva' ligt binnen jouw vermogen. Je hebt geen profeet nodig om Hemelse berichten om zo dichter tot Hasjem te komen (Sforno).

welo'- me'ever lajam hoe'... noch is het aan de overkant van de zee (vs. 13) Iemand moet niet het gevoel hebben dat adequate Torastudie fysiek zwaar is, als of het een moeilijke en onmogelijke reis is. Sforno leert dat het niet noodzakelijk is om de werelds grootste Geleerden op te zoeken de aan de andere kant van de zeeën zouden kunnen wonen.

...kie-qarov 'elejcha... want het is zeer dichtbij je... Rasji leert dat wij een Mondelinge- en een Geschreven Tora hebben ontvangen. Deze vers benadrukt de mond, hart en daad. Hasjem wilt eerst een oprecht hart, want sommige geboden hebben betrekking op de spraak die het hart inspireert. Sommige hebben betrekking op de daden, die de spraak weer inspireren. Sommige geboden hebben betrekking op de daden, die weer invloed hebben op de spraak (Ibn Ezra).
Het hart herkent wanneer iemand zondigt en de mond bekent dit. Beide zijn de herkenning en erkenning van de zonde en dat zijn de ingrediënten voor tesjoeva' (Sforno).
De Geleerden leren dat een foetus de Tora al in de baarmoeder leren, maar er wordt er voor gezorgd dat het na de geboorte alles weer is vergeten (Niddah 30b). Maar als hij het toch weer moet vergeten, waarom kreeg het 9 maanden Torastudie?
Door de prenatale studie heeft iedere Jood affiniteit met de Tora en ook al heeft iemand niet het voorrecht om Tora te kunnen lernen, hij is en blijft geïnspireerd met intuïtieve wijsheid. Wanneer iemand de gelegenheid krijgt Tora te lernen, dan is de Tora hem niet vreemd, omdat hij het ooit gekend heeft.

Dit is wat Mosje bedoelde met de Tora die niet verborgen of ver af is. Want het is in ieder Joods hart en mond geplaatst...
(R'Yosef Soloveitchik)

pagina 5 / 5 «      1   |   2   |   3   |   4   |   5   
 
 
Contact Zoeken Noachieden Online Beheer
 
Copyright © 2020 Jodendom Online. Alle rechten voorbehouden.