1 maart 1349: De joodse gemeenschap van Worms (DUI) werd getroffen door vervolging in verband met de Zwarte Dood (de pest). De joden werden door het stadsbestuur tot de brandstapel veroordeeld doch zij staken zelf hun huizen in brand en meer dan 500 van hen kwamen in de vlammen om. 1 maart 1940: ”Bloedige Donderdag” in Lods (PL). Het Duitse leger richtte een pogrom onder de joodse bevolking van de stad omdat de joden niet snel genoeg naar het getto waren verhuisd. Talrijke joden weren gedood, de anderen werden met geweld het getto ingedreven zonder dat ze in de gelegenheid werden gesteld, enig bezit mee te nemen. 1 maart 1941: De stad Plock (PL) werd “judenfrei” verklaard. Tussen 20 februar en 1 maart waren zo’n 7000 joodse inwoners van Plock te voer weggevoerd naar het werkkamp Dialdo. Joden van diverse kleine gemeenschappen in de omgeving werden naar diverse andere kampen gestuurd. Zij zouden er allemaal om het leven komen. 4300 joden uit het getto Skierniewice (PL) werden deze dag overgebracht naar het getto van Warschau. 1 maart 1942: 800 joodse vrouwen en kinderen werden door de nazi’s in Belovsjtsjina (Rusland) doodgeschoten. Het getto van de toen Poolse stad Krzemieniec werd hermetisch afgesloten. De joden werden afgesneden van voedselvoorziening en aan uithongering prijs gegeven. 1 maart 1943: 5000 inwoners van het getto in Minsk (Wit-Rusland) werden in een kui in het centrum van het getto gejaagd en gedood. Onder de slachtoffers bevonden zich ook de kinderen uit het weeshuis van het getto. De leden van de joodse raad van Minsk werden gedwongen de kuil te graven. |