9 februari 1919: Eenheden van het Oekrainse Nationale Leger richtten een pogrom aan in de stad Belaya-Tserkov ten zuiden van Kiëv. Een groot aantal joden werd gedood, velen raakten gewond en veel joodse vrouwen en meisjes werden verkracht. 9 februari 1941: In Amsterdam beantwoordden Nederlandse nazi’s, gesteund door Duitse soldaten, het niet opvolgen van tegen de joden getroffen maatregelen met ongeregeldheden. Verscheidene jonge joden verzetten zich krachtig. 19 joden werden gearresteerd; de meeste van hen werden weggevoerd naar het concentratiekamp Mauthausen en het vernietigingskamp Auschwitz waar ze allen om het leven zouden komen. 9 februari 1942: 150 joden die niet in het bezit waren van het Nederlandse Staatsburgerschap en 30 joodse kinderen van Duitse nationaliteit werden weggevoerd van de stad Utrecht naar het doorgangskamp Westerbork. 9 februari 1943: 1000 joden van vreemde nationaliteit werden van het doorgangskamp Drancy bij Parijs weggevoerd naar Auschwitz. 816 van hen werden meteen bij aankomst door vergassing om het leven gebracht. Bij de bevrijding van het kamp door het Russische leger in januari 1945 zouden van dit transport nog 21 mannen en 7 vrouwen in leven zijn. Deportatie 1184 joodse geïnterneerden van Westerbork naar Auschwitz. In de Franse stad Lyon werd het plaatselijke comité van de Union Générale des Israélites opgeheven op last van Klaus Barbie. Klaus Barbie was het hoofd van de Gestapo. 86 joden werden opgepakt en onmiddellijk gedeporteerd. Onder hen bevond zich de vader van Rober Badinter, minister van justitie onder president Mitterand. De laatste overlevende van deze Aktion is in 1985 overleden na te hebben getuigd in het proces tegen Klaus Barbie, bijgenaamd de “slager van Lyon”. |