25 maart 1350: In de Boheemse stad Eger werd de menigte opgezweept door een franciscaner monnik; zij sloeg aan het plunderen en roeide de gehele joodse gemeenschap van de sta duit. De enigen die het drama overleefden waren Meir, de bouwmeester van de plaatselijke synagoge, zijn vrouw en zijn moeder. 25 maart 1919: Petljoera hield huis in de stad Tetjev. 2000 joden vluchtten de synagoge in die door de soldaten in brand werd gestoken. De joden kwamen in de vlammen om. Ook werd een groot aantal joden met de blanke sabel gedood. Bij elkaar verloor de joodse gemeenschap 4000 van de 6000 joodse inwoners. 25 maart 1942: 12.500 joden werden door de nazi’s in het getto Ternepol (PL) ondergebracht. De eerste “aktion” vond op deze datum plaats waar 1000 joden het bos werden ingestuurd en door de Duitse eenheid werden doodgeschoten. 25 maart 1943: 2e transport van 2500 joden vertrok uit Skopje, Macedonië naar vernietingingskamp Treblinka. Ontruiming getto Zolkiew (Oekraine). 2000 joden kwamen om, 100 jongemannen en 70 vrouwen werden gedeporteerd naar werkkamp Janowska in Lwow. Transport 1008 joden van doorgangskamp Drancy (Parijs) naar vernietigingskamp Sobibor (PL). 970 van hen werden direct bij aankomst vergast. Slechts 5 van deze transport zouden de bevrijding meemaken. |