27 januari 1942: Meer dan 100 joden werden vermoord tijdens een razzia door Hongaarse fascisten in Stari Becej, een dorp bij Novi Sad in Vojvodina. Kort na de verovering door Britse troepen van Bengasi in Libië werd de haven door Duitsers en Italianen heroverd. Hierop volgden aanvallen op de joodse gemeenschap van de stad, systematische plundering van joodse winkels en de uitvaardiging van een deportatiebevel; vrijwel de gehele joodse bevolking van Bengasi werd weggevoerd naar Giadi, een kamp in de woestijn op 240 kilometer ten zuiden van Tripoli, waar zij onder zeer zware omstandigheden dwangarbeid moesten verrichten. Hierdoor en door tyfusepidemie, zouden 562 van hen om het leven komen. 27 januari 1943: In het getto van Pruzana (Wit Rusland) was een ondergrondse verzetsorganisatie tot stand gekomen. De Duitsers hadden er de lucht van gekregen en besloten het getto te liquideren. Op 27 januari werd begonnen met de deportatie van de inwoners naar het vernietigingskamp Auschwitz. Deze operatie zou vier dagen in beslag nemen; elke dag zouden 2500 joden worden weggevoerd. Na afloop zou Pruzana “judenfrei” worden verklaard. Een aantal joden boden hevige verzet. 27 januari 1945: Bevrijding van het vernietingskamp Auschwitz door het Russische leger; er werden slechts een handjevol overlevenden aangetroffen. |