18 januari 1670: In de Franse Metz was een driejarig christelijk kind verdwenen. De jood Raphael Levy werd ervan beschuldigd het kind om het leven te hebben gebracht door een zogenaamde “rituele moord”. Hij werd gefolterd, maar bleef bij zijn onschuld. Toen het lijkje van het kind werd gevonden, verwachtte Levy weer vrij te komen, maar hij werd ter dood veroordeeld en op de brandstapel gebracht. Vervolgens werd het verzoek die de inwoners van Metz aan koning Lodewijk XIV richtten om de joden de stad uit te drijven, direct ingewilligd. 18 januari 1943: 6000 joden uit het getto van Warschau werden deze dag weggevoerd naar de vernietingskamp Treblinka. 1000 anderen werden ter plekke doodgeschoten. Elders werd op die dag bijna 500 joden op de transport van Westerbrok naar Auschwitz gesteld en 200 joden die in de stad Sokolka, woj. Bialystok, werden doodgeschoten. 18 januari 1944: 870 joden werden weggevoerd vanuit Westerbork (Drenthe) naar Theresienstadt. 300 Poolse joden uit Buczacz die zich ergens in de bossen schuil hielden werden doodgeschoten. 18 januari 1945: Vanuit Auschwitz vertrokken die dag 3000 joden voor de “dodenmars” naar Geppersdorf in Duitsland. Bij aankomst in maart zouden er nog maar 278 van hen in leven zijn. |