22 Chesjwan 5782 | 28 oktober 2021
Parasja
Bereesjiet/ Genesis     Sjemot/ Exodus     Wajjikra/ Leviticus     Bamidbar/ Numeri     Dewariem/ Deuteronomium     Combinaties     Feestdagen     
Parasja / Sjoftiem / Inzicht Overzicht | Inzicht | Haftara | Commentaar
Dewariem/ Deuteronomium 16:18–21:9 | door: Rabbi Avraham Kahn
Stel rechters aan
De Tora opent deze week met de opdracht om rechters aan te stellen, die rechtvaardig rechtspreken. De Tora benadrukt dat de rechters onomkoopbaar zullen zijn en geen steekpenningen mogen aannemen, „want om­koping verblindt de ogen van de wijzen en verdraait de woorden van de rechtvaardigen." (Dewariem 16:20).
Begrijpen de meeste samenlevingen wel dat omkoopgeld verboden is, Tora echter legt een hogere standaard aan. De Talmoed leert dat een voordeel in de vorm van woorden ook een steekpenning kan zijn en de Talmoed (Ketoebot 105b) geeft voorbeelden van kleine niet-materiële voordelen die een rechter ongeschikt maken:
  • De Geleerde Sjmoeël passeerde eens een brug en een man stak hem daarbij een helpende hand toe. Sjmoeël bedenkte de man en vroeg hem waarheen hij op weg was. Toen de man vertelde dat hij op weg was naar een rechtzaak, verklaarde Sjemoeël dat hij nu ongeschikt was om de zaak van de man de beoordelen, daar hij hem geholpen had.
  • Ameimar had eens zitting in een rechtzaak, toen een veertje op zijn hoofd viel. Een van de rechtspartijen verwijderde het veertje. Ameimar verklaarde zich daarop ongeschikt om verder recht te spreken, omdat hij geprofiteerd had van een van beide partijen.
  • Rabbi Jisjmaël bar Jossi had een boomgaard die hij verpacht had en iedere vrijdag bracht de pachter de Rabbi een mandje met vruchten van zijn eigen vruchten. Op een dag kwam de pachter het mandje vruchten al op donderdag brengen. Gevraagd naar de reden van deze vervroeging, antwoordde de pachter dat hij die dag een rechtzaak had en hij was nu toch op weg naar de rechtbank, en kwam daarom even langs om alvast het mandje af te geven. R. Jisjmaël verklaarde zich prompt ongeschikt om de rechtzaak van de man de voeren.

De Tora eist van een rechter de uiterste zorgvuldigheid om geen voordelen aan te nemen, wat dan ook. Maar dat geldt voor ons allemaal, want wij zijn allen rechters. Iedere keer wanneer wij een keuze maken tussen verschillende handelingen of gedachten, geven wij een oordeel. Daarom moeten wij allen uiterst voorzichtig zijn om ons oordeel niet te laten beïnvloeden door steekpenningen.

De Talmoed (Sjawoeót 31) geeft nog een voorbeeld tot hoever ons oordeel beïnvloed kan worden. Als twee mensen voor de rechtbank verschijnen, de een rijk gekleed en de ander armelijk, dan moet de rechter ze terugsturen met de opdracht dat zij zich gelijk kleden, anders wordt de rechtspraak verdraaid. Datgene wat de rechter ziet, beïnvloedt hem onbewust in zijn oordeel. Dat geldt voor ons allemaal, zelfs voor de meest rechtvaardige onder ons.
Tora gebiedt ons om niet te kijken naar het uiterlijk maar naar het innerlijk van de mens die voor ons staat. Niet zijn kleding is bepalend, maar zijn daden en gedrag. Wij zijn allen rechters en moeten allen eerlijk onderscheid maken tussen wat goed en wat verkeerd is.

Deze week is de maand Eloel begonnen, de maand waarin wij ons kunnen voorbereiden op De Dag van de Rechtspraak die spoedig nadert. Het is belangrijk dat wij anderen eerlijk beoordelen op hun innerlijk en niet op hun uiterlijk. Moge wij dan de verdienste hebben om zelf met gelijke maat te woren gemeten.

Bron: Het Joodse Leven

 
 
Contact Zoeken Noachieden Online Beheer
 
Copyright © 2021 Jodendom Online. Alle rechten voorbehouden.