22 Chesjwan 5782 | 28 oktober 2021
Parasja
Bereesjiet/ Genesis     Sjemot/ Exodus     Wajjikra/ Leviticus     Bamidbar/ Numeri     Dewariem/ Deuteronomium     Combinaties     Feestdagen     
Parasja / Bereesjiet / Inzicht Overzicht | Inzicht | Haftara | Commentaar
Bereesjiet/ Genesis 1:1-6:8 | door: Rav Zev Leff

In dit licht bezien kunnen we de raadselachtige verschillen zien tussen twee bijna identieke afdelingen van Tora. Aan het eind van Parasjat Bereisjiet noemt de Tora tien generaties tussen Adam en Noach op en aan het eind van parasjat Noach wordt een soortgelijke opsomming gegeven van tien generaties tussen Noach en Avraham. Maar de beide beschrijvingen verschillen van elkaar. In de eeste geeft Tora ons drie fundamentele feiten over iedere generatie: hoe oud hij was bij de geboorte van zijn belangrijkste kind, hoelang hij nog leefde na die geboorte en zijn leeftijd bij overlijden. Maar van die welke in parasjat Noach genoemd worden, wordt ons niet de leeftijd verteld waarop zij stierven of zelfs maar dat zij stierven.

De Misjna (Pirkei Avot 5:2-3) vermeldt dat er tien generaties waren tussen Adam en Noach en ook tien generaties tussen Noach en Avrahem. Een parallelle Baraita in Avot d'Rabbi Natan vraagt waarom deze informatie nodig is en antwoordt: de tien eerste generaties vertellen ons hoe lankmoedig Hasjem is en hoe moeilijk Hij is boos te maken; de tweede tien leren ons dat één persoon, zoals Avrahem, de gehele beloning van tien generaties kan verdienen, van mensen die hun doel in de wereld niet vervuld hebben.

Ten einde de boodschap van G-ds geduld over te brengen, was het nodig dat de tien generaties tussen Adam en Noach leefden, kinderen kregen en op hog leeftijd stierven. Daarom bevat de eerste geneologie informatie over hun leeftijd bij hun dood. Maar om ons te vertellen dat Avrahem de beloning van tien generaties kreeg, hoeven we niets te weten over de leeftijden bij de dood van de tien voorafgaande generaties. Omdat het irrelevant is voor de boodschap die Tora ons wil overbrengen, wordt het weggelaten.

Het doel van Tora verklaart ook waarom de Bijbelverhalen geen strikte chronologische volgorde hebben. Omdat het doel is om ons jirat sjamajiem (vrees voor de Hemel) bij te brengen en geen geschiedenis, wordt de volgorde van de vertellingen in de Bijbel bepaald door de meest effectieve manier om die les over te brengen.

Er is een essentiëel verschil tussen Tora en chochma (wijsheid). Wijsheid, zegt Chazal, wordt bij de volken van de wereld gevonden; Tora niet. Wijsheid hoeft het gedrag van degene die het bezit, niet te beïnvloeden. Er zijn grote genieën geweest in de kunsten en wetenschappen, wier persoonlijke karakters laakbaar waren. (Dit schijnt inderdaad meer de algemene regel dan een uitzondering te zijn.) Hun gebrek aan integriteit deed niets af van hun wijsheid en hun wijsheid voegde niets toe aan hun karakter. Toen Bernard Russell, die toen een professor in de ethica aan het Citty College in New York was, ervan beschuldigd werd dat hij een im­moreel leven leidde, was zijn antwoord, dat net zo min als hij een driehoek hoefde te zijn om geometrie te onderwijzen, hij geen moreel persoon hoefde te zijn om ethica te doceren.

Tora aan de andere kant moet het gedrag en karakter van degene die het bestudeert, beïnvloeden. Een mens kan wijsheid bezitten; Tora bezit de mens. Tora wordt vergeleken met vuur, want net zoals vuur laat het zijn sporen achter. Als Tora-studie de student niet verandert, dan is de kennis die hij verkrijgt geen Tora-kennis maar seculiere wijsheid.

De zegening die gezegd wordt als men iemand met buitengewone wijsheid ziet, is: „Gezegend bent U, Hasjem, onze G-d, Koning van de wereld, Die van Zijn wijsheid aan menselijke wezens gegeven heeft." De wijsheid werd onconditioneel gegeven, zijn ontvanger blijft vlees en bloed. Aan de andere kant is de zege­ning die gezegd wordt voor het zien van een buitengewoon Tora-geleerde: „Gezegend bent U, Hasjem, onze G-d, Koning van de wereld, Die van Zijn kennis heeft toegedeeld aan hen die Hem vrezen." Tora is niet gegeven, maar toebedeeld. Het blijft verbonden aan zijn G-ddelijke bron en daarom wordt het alleen maar gereserveerd voor hen die G-d vrezend zijn.

Een Talmied Chacham is de verlichamelijking van Tora, dankzij het feit dat hij de lessen ervan tot een deel van zichzelf gemaakt heeft. De schepping van dergelijke mensen is precies het doel van de Tora. Om deze reden schimpt Chazal op de dwaasheid van hen die wel voor een sefer Tora opstaan, maar niet voor een Talmied Chacham, want deze laatste is een levende sefer Tora.

De Geschreven Tora was op een dusdanige manier gegeven dat hij niet kon worden begrepen zonder de Mondelinge Tora, om er zeker van te zijn dat het niet zou worden verwisseld met boekenkennis, die men kan lezen, meester worden en zich herinneren. Echter, Tora moet geleerd worden van een leraar, die zelf een levende sefer Tora is.

Rabbi Mordechai Gifter merkte eens op dat onze Geleerden niet ‘Chachamiem' (wijzen) genoemd worden, maar talmidei chachamiem (leerlingen van de wijzen). Zij bezitten niet alleen maar wijsheid, maar worden erdoor geleid; zij zijn de studenten ervan.

Nu kunnen we de vraag van R. Jitschak begrijpen. Aangezien het doel van ieder woord van de Tora is om diegenen aan wie het is gegeven, te leiden, is het essentiële doel van Tora de mitswot, de geboden. Zoals de Zoar het uitdrukt: de vertellingen van Tora zijn niets anders dan mitswot, vermomd als vertellingen.

Wanneer men een boek schrijft, dan is het normaal dat men begint met de lezer kennis te doen maken met de aard van het materiaal in het boek. Daar heel de Tora uit mitswot bestaat, zou het logisch zijn geweest wan­neer het was begonnen met de eerste duidelijke, onverbloemde mitswa, om zo een patroon vast te leggen voor alles wat zou volgen, waarmee het duidelijk zou worden gemaakt, dat zelfs de vertellingen er alleen maar in zijn opgenomen voor hun eeuwige boodschap van ahavat Hasjem (liefde voor G-d) en jirat Hasjem (vrees voor G-d). Door te beginnen met het verhaal van de Schepping, bestond het gevaar dat de ware functie van de Tora als een bron van leiding onvoldoende zou worden begrepen. Dit is was R. Jitschak vraag uitlokte.

Iedere keer dat wij opnieuw met Tora beginnen, moeten wij voortdurend in het oog houden dat iedere letter van Tora een eeuwige les is in ahavat Hasjem en jirat Hasjem. Wanneer deze les bij de eerste blik niet wordt verkregen, dan moet men dieper graven. „Want het [de Tora] is niet iets leegs voor jou" (Devariem/Deut. 32:47). Wanneer het leeg lijkt, komt dat „door jou," d.w.z. jouw gebrek aan begrip, niet ten gevolge van gebrek aan inhoud.

Bron: Joods Leven

pagina 2 / 2 «      1   |   2   
 
 
Contact Zoeken Noachieden Online Beheer
 
Copyright © 2021 Jodendom Online. Alle rechten voorbehouden.