12 Siewan 5784 | 18 juni 2024
Parasja
Bereesjiet/ Genesis     Sjemot/ Exodus     Wajjikra/ Leviticus     Bamidbar/ Numeri     Dewariem/ Deuteronomium     Combinaties     Feestdagen     
Parasja / Toledot / Commentaar Overzicht | Inzicht | Haftara | Commentaar
Bereesjiet/ Genesis 25:19-28:9 | door: Devorah, Joel Nesanelen Eliyahu Reedijk

Verband tussen Jitschaks bronnen en de huidige situatie
In deze parasha lezen we over hoe Yitzchak opgroeide en ‘groot’ werd en bleef ‘groeien’ totdat hij uiteindelijk een zeer grote tzadiek was. Hij had heel veel vee, bezitingen en dienstknechten, de Plistim (Filistijnen) verachtten hem. Uiteindelijk stopten ze alle bronnen vol met aarde, bronnen die Avraham (Yitzchak”s vader) knechten hadden gegraven. Uiteindelijk groeven Yitzchak’s knechten in de nachal (vallei) en vonden er be’er mayim chayim, een bron van levend water. En de herders van Gerar maakten ruzie met die van Yizchak, zeggende “Het water is van ons.”

Radak vraagt waarom de jaloerse Filistijnen de bronnen vol hadden gestopt met aarde. Waarom hielden ze de bronnen niet gewoon, om er zelf gebruik van te maken? Zijn antwoord is dat ze bang waren dat Yitzchak te machtig zal worden en zou proberen om de bronnen terug te nemen. Ze hadden dus nog liever helemaal geen water ipv alles (terug) te geven aan Yitzchak, zodat hij het later nog kon gebruiken. Alleen Yitzchak’s knechten konden in de nachal – valei zonder water – graven en er vervolgens een bron van levend water ‘opgraven.’ De filistijnen/plistim waren er echter snel bij om te zeggen dat het water van hun was.

Door de hele geschiedenis heen zien we dit fenomeen weer terug: Wanneer het Joodse volk in het land Israel is, laat ze de woestijn bloeien. Maar wanneer ze er niet zijn wordt het een woestenij.
Precies hetzelfde hebben we ook terug gezien met Gush Katif. Gush Katif stond bekend om de groenten en het fruit dat daar verbouwd werd, talloze boerderijen dat ze hadden, etc. Alles ging er geweldig, men had van de woestenij van Gaza laten bloeien. Helaas kwam hier zoals we weten in 2005 op tisha b’av een einde aan. De steden werden vernietigd en haar inwoners verbannen. Na deze vreselijke daad, liet men het verlaten land achter voor de arabieren. Met als gevolg?

Het gevolg was dat de Arabieren niet konden begrijpen hoe de Joden het land al die jaren zo goed hebben kunnen verbouwen… want zij kregen er niets uit! Hun snelle antwoord was natuurlijk weer, dat het land vergiftigd was door de Joden. Natuurlijk weten wij wat er wél gaande is. En het antwoord kunnen wij lezen in Parshas Toldos: alleen Yitzchak’s knechten konden graven in de valei.

In 1867 bracht Mark Twain een bezoek aan eretz Yisroel, hij schreef erover in zijn boek ‘innocents abroad,’ hij schreef:
“Van alle landen dat er zijn met ellendig landschap, moet Palestina denk ik wel de prins zijn. De heuvels zijn onvruchtbaar, ze zijn zonder kleur, ze zijn ‘lelijk’ van vorm. De valleien zijn afzienwekkende woestijnen, verwikkeld met zeer weinig vegetatie met een droeve en moedeloze uitdrukking. De dode zee en de zee van Galilea slapen ten midden van een enorme heuvel en [een] stuk land waar het oog geen enkele aangename tint vindt, geen stakend voorwerp, geen mooie afbeelding dromende in en purpere nevel… het is een hopeloos, treurig, droog, hartverbrekend land.”

“Palestina zit in een rouwkleed en as. Over het heerst een vloek dat zijn velden verdord en zijn energie belemmerd.”
“Palestina is verlaten en niet geliefd. En waarom zou het ook? Kan de vloek van de G-dheid een land mooier maken?”
“Palestina is niet meer van deze wereld. Het is heilig voor poëzie en traditie – het is een droom land.”

Als Mark Twain vandaag (nu wij weer terug zijn in Israel) Israel nou eens zou kunnen zien...

pagina 6 / 9 [1]      «      4   |   5   |   6   |   7   |   8      »      [9]
 
 
Contact Zoeken Noachieden Online Beheer
 
Copyright © 2024 Jodendom Online. Alle rechten voorbehouden.