12 Chesjwan 5782 | 18 oktober 2021
Parasja
Bereesjiet/ Genesis     Sjemot/ Exodus     Wajjikra/ Leviticus     Bamidbar/ Numeri     Dewariem/ Deuteronomium     Combinaties     Feestdagen     
Parasja / Wajjetsee / Commentaar Overzicht | Inzicht | Haftara | Commentaar
Bereesjiet/ Genesis 28:10-32:3 | door: Devorah en Joel Nesanel
Naar huis
31:3 En de Eeuwige zei tot Ja’aqov: “Keer terug naar het land van je vaderen en naar je geboorteplaats, …. We’ehjeh ‘immach… dan zal Ik met je zijn… Rasji leert: ….sjoev ‘el-erets ‘avotejcha… daar (het land van je vaderen) zal Ik met je zijn… maar zolang je nog verbonden bent met een onreine, kan Ik Mijn G’ddelijke Majesteit niet op je doen rusten [/i], want (vs.1) wajisjma’ et-devrej benej-lavan… toem hoorde hij de woorden van de zonen van Lavan… dat hij alles van hun vader had genomen wat Lavan zou toebehoren tot zijn heerlijkheid verschaft. Zoals de pharao en Avimelech op zijn vaderen Avraham en Jitschak, was Lavans familie jaloers op Ja’aqov. En zij niet alleen. Veel mensen waren jaloers op Ja’aqov en zijn vaderen geweest. Men fluisterden dat de familie van de aarstvaderen klaplopers waren die zoveel mogelijk vergaarden en alles voor zichzelf wilden houden. In een profetie beval Hasjem dus dat Ja’aqov naar huis moest: Kana’an (Erets Jisrael).

vers 13Anochie ha’el bejt-el… Ik ben de G’d van Bejt-El (28:13) – Die jou bescherming beloofd heeft en verzekert jou terug naar de land van je herkomst terug te brengen.

pagina 7 / 11 [1]      «      5   |   6   |   7   |   8   |   9      »      [11]
 
 
Contact Zoeken Noachieden Online Beheer
 
Copyright © 2021 Jodendom Online. Alle rechten voorbehouden.